Katrijn 66

Iedereen kan zich dat gevoel vast nog wel herinneren, of heeft het anders wel eens zien gebeuren: voor een poppenkast gezeten ziet Jan Klaassen de boef telkens maar niet, terwijl die juist vlak achter hem staat. En iedere keer als hij omkijkt draait de schurk mee en staat nog steeds achter hem, terwijl hij aan de schreeuwende kindertjes vraagt 'Wáár is de boef dan? — Dáár!' Ditmaal gaat het niet om Jan Klaassen, maar Katrijn van de bestuurlijke-vernieuwingspartij D66.

De meest elementaire vraag stellen die bij onze regeringsvorm gesteld kan worden; juist díé vraag stellen die exáct de open zenuw blootlegt van ons rare politieke bestel; precies die vraag die de vinger weet te leggen op de plek waar de middeleeuwse weeffout in onze democratische rechtsstaat zich bevindt,— dat is zeker geen geringe prestatie. En terwijl het antwoord in reusachtige neonletters voor haar neus staat te knipperen presteert Stientje van Veldhoven het om als een hedendaagse Katrijn alsnóg om telkens de verkeerde kant op te kijken, want eveneens geen geringe prestatie is.

Die 'meest elementaire vraag' luidt: "Waar ligt bij een constitutionele monarchie eigenlijk de soevereiniteit?" Ligt die bij het volk of bij de koning? Een bedrieglijk eenvoudige vraag, die echter niet te beantwoorden is. In een absolute monarchie is dat namelijk wél duidelijk want daar ligt de soevereiniteit uit de aard der zaak bij de monarch, terwijl die in een systeem met een gekozen staathoofd bij de kiezer ligt. Maar wat nu als je die twee gaat vermengen, wat gebeurt er dan? Wie is er dan de baas, wie heeft er dan het laatste woord? Er kunnen nu eenmaal geen twee kapiteinen op één schip zijn, en om dit onontwarbare raadsel te kunnen oplossen moet er dus één van beiden plaats maken. Het is dus ófwel de kiezer eruit, ófwel de koning eruit. Meer smaken zijn er niet.

Iedereen ziet de juiste oplossing natuurlijk meteen, en alle democratische kindertjes roepen dan ook in koor 'De koning moet eruit! Katrijn houdt haar hand bij haar oor, want zij wil Nederland democratischer maken. 'Wat zeggen jullie?' roept Katrijn terug, 'Moet de auto van de koning weg?' Inmiddels roepen zelfs alle burgers mee 'Néé, de kóning moet weg! De kóóóning!' Maar Katrijn ziet de koning niet, terwijl die juist vlak achter haar staat te lachen. 'Wát? Moet het paleis van de koning weg?' Het is om wanhopig van te worden, iedereen schreeuwt zich schor maar die domme Katrijn ziet het maar niet.




De afloop van dit parlementaire poppenspel volgt echter een geheel eigen logica. Dat alle wetten in Nederland worden ondertekend door een gekozen bewindspersoon plus een bemoeial uit een opdringerige familie, is wat deze democraten betreft volkomen in orde. Dit land wordt volgens D66 democratischer door niet de koning zélf te schrappen, maar in plaats daarvan een lege rituele formule over een vermeend goddelijk mandaat, wat net zo irrelevant is als zijn auto, paleis of fiets.